40 JAAR MORITOEN

 Moritoen 40 jaar jong:

1968-2008

Aflevering 1: 1968-1978

Onze vormingsinstelling bestaat 40 jaar! Dat moet met een krijtje aan de balk, maar hoe doe je dat: 40 jaar Moritoen gedenken, juist nu alle kranten en tijdschriften berichten over 1968, het jaar dat alles veranderde, ‘l’ année qui a changé le monde’? Ik duik in mijn archief en lees in de allereerste aflevering -Moritoen was toen al 3 jaar jong- van dit berichtenblad (herfst 1971 -redactiesecretariaat: Koning Leopold II-laan 33, Brugge, tel. 050-17010!) op blz. 2: ‘De mogelijkheden van schaalvergroting bleken zo hoopvol dat in 1968 besloten werd een onafhankelijk genootschap voor volwassenenvorming op te richten. De statuten van de (op 12 juni in St.-Michiels opgerichte) vzw Moritoen verschenen in de bijlage tot het Belgisch Staatsblad van 4 juli 1968’.

Enkele jaren tevoren -jazzman Louis Armstrong zong melig en met een krakende stem: ‘What a wonderful world!’- had de oud-leerlingenvereniging van het St.-Franciscus-Xaveriusinstituut (sinds lang aan de Mariastraat in Brugge gevestigd) een breed vervolmakingsprogramma voor afgestudeerden in het bedrijfslevenopgezet. Onder voorzitter Robert Braet (°1912-†1987) werden in het 4de werkjaar van het post-humaniora-programma aan het initiatief ‘pedagogische’ en ‘literaire’ verkenningen toegevoegd.

Vooral die laatste kenden door de unieke formule van boek én schrijver van bij het begin veel succes . Veel verwondering hoeft dat eigenlijk niet, als ik in herinnering breng dat al in de eerste twee jaargangen literaire tenoren als Gerard Walschap, Ward Ruyslinck, Piet Van Aken, Marnix Gijsen, Harry Mulisch en Hubert Lampo hun opwachting maakten voor een publiek dat van heinde en verre, vaak wind en weder dienend, de weg naar de ontmoeting had gevonden. Voor Moritoen bleek 1968 bijgevolg een scharnierjaar. Dat ziet een mens pas naderhand. Maar voor de wereld was 1968 misschien niet zó ‘n goed jaar? ‘De kinderen hebben het huis in brand gestoken’, noteerde de oude académicien François Mauriac bij de ravage van mai soixante-huit in Parijs. Hij vreesde dat het Frankrijk van Charles de Gaulle naar de verdommenis ging. Nog minder juichte de wereld in datzelfde jaar bij de massaslachting in het Vietnamese My Lai, bij de moord op Martin Luther King in Memphis en die op Robert Kennedy in Los Angeles. Maar vzw Moritoen zette door, zijn vuur begon nu eerst goed te branden. ‘Met de brede waaier van programma’s wil de vereniging’, zo lees ik in diezelfde eerste aflevering die toen nog ‘Contactorgaan van Moritoen V.Z.W.’ heette, ‘vooral specifieke vormingsbehoeften bevredigen zoals: de nood aan communicatieve vaardigheden, levensstijl in het dagelijks bestaan, verantwoorde inkomensbesteding, mundiale mentaliteitsvorming, didactische uitdieping, recyclage i.v.m. het beroep en op het culturele vlak, verantwoorde vrijetijdsbesteding, grondiger lectuurkennis, beter menselijk contact e.d.’

             
Hubert Lampo op do. 24 april 1969 in het T.J. Rijkenheem,
 Xaverianenstraat 3te, St.-Michiels in het kader van Moritoens
 ‘literaire verkenningen voor volwassenen (tweede reeks).’
V.l.n.r. Maurits De Coen, Hubert Lampo (°1920-+2006), Luc Decorte,
 Magda Vettenbrug, Freddy Priem, Ghislaine Cellier en Ferre Mollet.

Op dinsdag 29 april 1969 werd Moritoens eerste werkjaar in de gotische zaal van het Brugse Stadhuis (met een zitting en een receptie) feestelijk besloten. Behalve Jacques Blomme (°1935), coördinator van Moritoen, voerden er het woord: burgemeester Pierre Vandamme, journaliste Tilly Stuckens, Maurice Naessens, directeur-generaal van de Bank van Parijs en de Nederlanden, hoogleraar Karel Van Isacker s.j. en Anthony Mertens (°1915-†1996), (eerste) voorzitter van de ‘beheerraad’ van Moritoen. Zelf lichtte ik de betekenis toe van Jan Moritoen, dichter, dismeester van St.-Gillis en lid van de Brugse vroedschap, die zijn middeleeuwse naam aan ons prille vormingswerk had gegeven, én van zijn Egidiuslied, dat door een gaaf meisjeskoor van het St.- Andreasinstituut ten gehore werd gebracht. In de zomer van 1977 kondigde Moritoen zijn 10de werkjaar aan. Dat werd afgerond -intussen waren in wisselende vorm (nu eens gedrukt, dan gewoon gestencild) 24 afleveringen van het ‘contact/ kontaktorgaan’ verschenen- met een viering in het Onthaalcentrum Bank Brussel-Lambert op de Brugse Markt op zaterdag 22 april 1978. Prof. dr. Jan Hendrik van den Berg, hoogleraar te Leiden en auteur van een bijzonder bekend boek: Metabletica, over de leer der veranderingen, hield er een causerie, getiteld ‘Een beeld van vandaag en morgen?’ Het Brugsch Handelsblad van 28 april 1978 berichtte er paginagroot over: ‘Iets van de faam die prof. Van den Berg geniet was hem blijkbaar voorafgegaan want in de nochtans ruime auditiezaal van de bank bleef geen enkele plaats onbezet. Onder de vele prominenten noteerden wij (…)’ Liepen er in het winterseizoen 1970-71 meer dan duizend inschrijvingen binnen voor het volgen van een Moritoencursus, in 1975-76 meldden zich meer dan tweeduizend gegadigden aan. Dat had alles te maken met een breed programma-aanbod: van de analyse van contemporaire Franse en Nederlandse romans tot sanitaire uitlaatkleppen als ‘Loop voor je leven’, van beleggingsclubs tot bloemschikken, van feestelijk koken en bakken tot de bedrijfsdidactiek en zondagochtendbabbels onder anderstaligen naar een veelvoud van yogatrainingen of het beoordelen van bibliofiele uitgaven. Om te zwijgen over zware maar dankbare winteravonden als ‘Wat is menselijk geluk?’, ‘Waarom is Brugge zo mooi?’ of de impact der geschriften van de socialistische voorman Hendrik De Man.

Zo is Moritoen blijven uitgroeien tot wat het vandaag is: een open organisatie met een sterk en kwalitatief
hoogstaand aanbod. In een volgende aflevering van dit berichtenblad halen wij Moritoens geschiedenis
verder uit de doeken.

Luc Decorte, bestuurder Moritoen vzw


1: Toeval, of niet? Twee dagen vóór ik dit herinneringsstukje schrijf, belt mij vanuit de Oude Zak nr. 34 in Brugge zuster Ireen-Marie op. In de wereld heet(te) ze Alice De Bleecker. Nu is ze in de tachtig en al wel twintig jaar met pensioen. Daarvoor was ze werkzaam in het onderwijs, met diepe gehechtheid en innige liefde voor haar vakken. Ze volgde in illo tempore de eerste reeksen van Moritoens ‘literaire verkenningen’ in het T.J. Rijkenheem, Xaverianenstraat 3 te St.-Michiels. Voorzichtig vraagt ze of ik iets kan doen met haar notities uit die dagen. Als ik een dag later in de beste kamer van het huis -‘we zijn nog met een 30-tal zusters, vrijwel allemaal hoogbejaard en de overste vraagt om een beetje op te ruimen’- drie rode mappen in ontvangst neem, springt mijn hart op: alles heeft ze keurig bewaard: werkschema’s, uitnodigingen, haar aantekeningen, persknipsels, …

Aflevering 2: 1978-1988

Wààr was ik met mijn geschiedenis van Moritoen blijven hangen? O ja, in 1978. Dan is onze vormingsinstelling 10 jaar oud. In een toentertijd verschenen lustrumnummer van ons berichtenblad -voorjaar 1978, met foto’s, jaaroverzichten, groei- en structuurgrafieken én getuigenissen van vele deelnemers en docenten bij verleden en toekomst van Moritoen, lees ik in de pen van voorzitter Anthony Mertens (°1915-†1996) én in de spelling (met de fouten ook) van die dagen: ‘We hebben, zonder het bij onze start te beseffen, de meest bewogen jaren beleefd van de na-oorlogse ontwikkeling in het Welgedane Westen van Europa waarvan dit stukje België duidelijk deel uitmaakt. En wat hebben wij sedert 1968 kunnen doen aan de zelfvorming en dus geestelijke verrijking van de duizenden die, in Brugge en Ommelanden, de ontelbare programma’s van Moritoen hebben wilgen volgen, ‘s avonds of in de weekeinden? Het antwoord is nooit geregistreerd en dus onmeetbaar, en niet in koëfficiënten of procenten uit te drukken. Maar wij menen, uit vele goede reakties, te mogen zeggen dat een groot aantal deelnemers een ‘geestelijk ruggesteuntje’ hebben gevonden in de uitwerking van hun keuze uit een groeiend aantal Moritoen-programma’s. En ook dat een groep, soms geïsoleerd of eenzaam levende, streekgenoten hier prettig kontakt met iedereen kregen. Menselijke verrijking dus.’!

Begin 1979 -het jaar dat Margaret Thatcher in Downing Street 10 haar intrek nam, Moskou in Afghanistan ingreep en Ariane-raketten Europa in de ruimte lanceerden- was, met een verruimd embleem, ons driemaandelijks berichtenblad ‘Moritoen’ aan zijn 8ste jaargang toe. Dat gebeurde vanuit het huis met de erker in de Vlamingstraat 80 te Brugge. Kort daarvoor had Moritoen nog secretariaatsruimte gevonden in een stadspand in de Naaldenstraat en in het Huis de Béthune, Zilverstraat 38: dat was de tijd toen founding father Jacques Blomme (°1935), ter geleidelijke opvolging van stadsontvanger Antoine De Buck, vanaf 1 september 1975 in dienst trad van het Brugse Stadsbestuur. Aan de even
drukke als belangeloze inzet voor Moritoen, gedurende vele jaren, kwam op die manier een (voorlopig) einde, aangezien het echtpaar Jacques en Ria Blomme-Limère voortaan prioriteit wilde verlenen aan beroepsbezigheden en gezinsleven. Bijgevolg raakte het overbebuste adres ‘Koning Leopold III-laan 112, 8200 Brugge 2’ in onbruik en het enige echte Moritoentelefoonnummer werd: 050-33 63 09.

De staf bestond nu uit twee administratieve medewerkers: M. Thérèse Billiet en Hugo Van Hecke en twee vormingsmedewerkers: Janien Willems en Ivan Bruneel (die Chris Verstraete, vanaf oktober 1974 in dienst, opvolgde) o.l.v. de prille veertiger Luk Kempynck (°1937-†1999), Moritoencoördinator sinds 1 november 1978, die voorheen lange tijd zijn sporen had verdiend als cursus- en stafleider bij Volkshogeschool De Blankaart in Woumen bij Diksmuide. Voor alle insiders werd het duidelijk, dat de verdere expansie van Moritoen niet te realiseren zou zijn zonder de belangrijke subsidies van de nationale, gewestelijke en plaatselijke overheden! Heel recent was de vereniging ‘Moritoen’ (sinds 1974 door minister van Nederlandse Cultuur Jos Chabert erkend als ‘regionale organisatie voor volksontwikkeling’) immers volgens de normen van het nieuwe decreet voor ‘sociocultureel vormingswerk met volwassenen ininstellingen’ officieel erkend. Op die manier groeide dus het recht op meer overheidssteun, maar tegelijk rezen de verplichtingen inzake de kwaliteit van het werk, de productiviteit van het personeel en de controle op de boekhouding. Terecht schreef Kempynck in zijn eerste editoriaal (in progressieve spelling, wat dacht je): ‘Wij hebben de jongste twee maanden de mogelijkheid gekregen om binnen de staf te wennen aan en te zoeken naar nieuwe wendingen in ons werk. Het grote veld van Moritoen-programma’s hebben wij zonder overhaasting opnieuw verkend, strevend naar de noodzakelijke kontinuïteit en vernieuwing. Dit zijn twee polen die richting zullen geven aan Moritoen’s naaste ontwikkeling. Zij zijn beide noodzakelijk en zelfs als het ware verplichtend gesteld door de richtlijnen neergelegd in het dekreet.’

Het is vanzelfsprekend onbegonnen werk om van het Moritoenprogramma- aanbod uit die jaren een overzicht te willen schetsen. Vele tientallen lesgevers hebben zich jaar na jaar uitgesloofd om mensen op hun pensioen voor te bereiden, ze met de muziek van Debussy en Schönberg vertrouwd te maken, hen in de wereld van de informatica en de computer in te leiden, ze in het openbaar te leren spreken, met autopech om te gaan én met spaargeld, een belastingbrief goed in te vullen, Brugges rijkdom en geschiedenis te achterhalen, te leren bakken en filmen enz. Vanaf 1980 werden ook tal van vormingsprojecten opgezet: over filosofie, ecologie, psychologie e.a. Veel programma’s voor vrouwen deden het bijzonder
goed.

Vanaf 1976 ging Moritoen ook jaarlijks enkele keren op reis, tot tevredenheid van een schare cultuurhistorisch flink
voorbereide deelnemers: o.l.v. bekwame reisleiders als Valentin Vermeersch, Annie De Graer, Elmar Van der Biest, Johan Késenne en Michel Dutrieue. De yogareeksen, ook buiten Brugge, kenden o.l.v. Robert Smet, Nicole Bleyaert, Denise Vermeersch, Claire D’Hondt e.a. een groeiend succes. De bibliofiele kring Colard Mansion1 was in 1985 aan zijn 10de jaargang toe: zes bijeenkomsten per jaar met zo een veertig deelnemers per sessie! Il faut le faire! De Nederlandse literaire verkenningen programmeerden voor de 200ste keer een boek en een auteur. Vanaf 1982-83 kenden ook de Franse literaire verkenningen, o.l.v. Hilde Van Mullem en Dirk Vande Voorde, weer een opgemerkte bijval. Daarbij legde Moritoen in zijn vormingswerk duidelijk accenten op het leren van en met elkaar: d.w.z. rekening houdend met ieders persoonlijke ervaringen, eigen opvattingen en meningsverschillen, werkend in wezen aan een gefundeerde solidariteit, met een vermeerdering van kennis en vergroting van visie tot gevolg. Moritoens adressenbestand -zo een 5000 namen- raakte vanaf september 1982 in de computer. Na drie jaar werking volgens het decreet kon Moritoen naar de subsidiërende overheid toe (het Ministerie van Nederlandse Cultuur, de Provincie West-Vlaanderen en de Stad Brugge) opgaande ontwikkelingslijnen voorleggen. Voortdurend bleef gezocht worden naar mensen die in de actualiteit van de sociale, culturele of wetenschappelijke wereld thuis waren en hun inzichten met anderen wilden delen. M.a.w.: het ging
Moritoen voor de wind.

Terecht werd op 24 september 1983 de 15de verjaardag gevierd met een avondlijk programma in Hotel Navarra in de Brugse St.-Jakobstraat 41. Omdat het huis in de Vlamingstraat te klein werd, verhuisde het Moritoensecretariaat in het voorjaar van 1987 naar de Eekhoutstraat 66, op minder dan een kilometer van de Brugse Markt. Op zaterdagmiddag 6 juni kon men het nieuwe Moritoenhuis met een betere accommodatie voor het secretariaat en twee extra vergaderlokalen van onder tot boven leren kennen. De staf zag er toentertijd nagenoeg ongewijzigd als volgt uit: M. Thérèse Billiet en Katrien Theerens, parttime administratieve krachten en Jo Késenne, Johan Maes en Luk Kempynck als fulltime educatieve medewerkers. De onafhankelijke, pluralistisch opgezette vormingsinstelling Moritoen mocht zich, met een kleine honderdvijftig programmatitels per jaar en drieduizend deelnemers, opmaken om op 11 november 1988 met een symposium zijn 20ste verjaardag in kleur en fleur te gedenken. In een volgende aflevering van dit Moritoenblad (december 2008) leest u meer over ons derde decennium. Als u nog wat geduld hebt, kunnen wij intussen onrustig verder zoeken.


1 Colard Mansion was een Vlaams kalligraaf en kopiist, die in 1474 als
eerste in Brugge een drukkerij begon.
Moritoens literaire verkenningen bleven het in het tweede decennium van onze vormingsinstelling opvallend goed doen. Enkele
kiekjes met bijna niets dan lachende gezichten: Anton Koolhaas op 23 februari 1978, Hugo Claus op 28 februari 1985 en Paul Koeck
op 16 oktober 1986.

Luc Decorte, bestuurder Moritoen vzw

Aflevering 3: 1988-1998

Anno 1988 waren in de sector sociaal-cultureel vormingswerk niet zoveel instellingen al 20 jaar bezig. Vzw Moritoen wel en mét het animo van de aanvangsjaren, d.w.z. zowel in voor- als in najaar een rist programma’s als bewijs van de creativiteit en de beroepsijver van medewerkers en stafleden. Toentertijd koos Moritoen immers voor vorming die kritisch maakt door mensen met elkaar kennis te laten maken en ze in een groepsbeleven actief aandacht voor de gespreksthema’s te doen delen, mét respect voor ieders inbreng en persoonlijkheid.

Sinds een goed jaar hadden we huisvesting gevonden in de Eekhoutstraat 66 te Brugge en in de wereld gebeurde er natuurlijk weer van alles: de laatste Sovjetmilitairen verlieten Afghanistan, Pakistan werd het eerste islamitische land met een vrouwelijke regeringsleider, de Japanse keizer Hirohito overleed, ayatollah Khomeini sprak een fatwa over Salman Rushdie uit en Polen sloeg de weg van de democratie in. In die dagen waren de tien belangrijkste actieterreinen van Moritoen: 1. Relatie- en persoonsvorming (het nieuwe stiefgezin, vrouwen in de middenleeftijd, crisissituaties, depressie), 2. Kunstzinnige vorming (kunstgeschiedenis o.l.v. Mieke Felix, creatief schrijven o.l.v. Jan Van der Hoeven, muziekanalyse en -geschiedenis o.l.v. Michel Dutrieue), 3. Religie en spiritualiteit (geschiedenis van het christendom, boeddhisme, vrijmetselarij), 4. Maatschappelijke vorming, 5. Filosofische vorming (Spinoza, E.M. Cioran, S. Freud, M. Heidegger, E. Levinas, A. Schopenhauer), 6. Literaire verkenningen (Franse, maar vooral veel Nederlandse, ook in Kortrijk, Tielt, Knokke en Ieper: tientallen en tientallen: Jan de Hartog, Frans Verleyen, Doeschka Meijsing, Monika Van Paemel, Connie Palmen, Geert Van Istendael enz.), 7. Vorming van opleidings- en vormingsverantwoordelijken: het V.O.V. (in 1991 sinds twintig jaar binnen Moritoen aan het werk: 145 professionelen), 8. Milieu en eigen omgeving (veel Brugse wandelingen o.l.v. Roger Hoeman), 9. Actualiteitsonderwerpen (de Joods-Palestijnse kwestie, het verdrag van Maastricht), 10. Yoga en conditieverbetering (eutonie, gymrelax, zenmeditatie, shiatsu). Daarbij mocht Moritoen op een niet-aflatende belangstelling van een werkelijk ‘breed publiek’ rekenen. Wat gepland werd, kende in ruime mate bijval.

Intussen had n.a.v. Moritoens 20ste verjaardag de voorzitter van onze instelling, Anthony Mertens (°1915-†1996), zijn gedurende zovele jaren uitgeoefend mandaat neergelegd en was de stichter van vzw Moritoen, Jacques Blomme (°1935), in zijn plaats getreden. Met zijn grote ervaring kon de vereniging op een gedegen beleid blijven rekenen. Op dat ogenblik bestond de Raad van Bestuur uit: Ria Blomme-Limère, Joost Johan Dambre (°1923-†2004), Luc Decorte, Paul D’haene, Luk Kempynck (°1937-†1999), Joris Lievens, Mia Simoens-Cools, Andries Van den Abeele, Elmar Van der Biest, Gerard Vande Woestyne en Edwin Verbouw.

Tradities zijn er om doorbroken te worden. Met het Moritoenblad ging het niet anders. Zelfs midden in een werkjaar. We schrijven najaar 1990, jaargang 19, nr. 2. Van staand naar liggend in een wip, door de Moritoenstaf voorbereid en door een grafisch vormgever uitgewerkt (cf. bijgaande illustraties). Het blad verscheen op 8000 ex. voortaan vijf keer per jaar, zeg maar tweemaandelijks met uitzondering van juli & augustus. Op jaarbasis ging het in 1991 om 170 goed gestoffeerde en deskundig begeleide programma’s, waar zo ‘n 4000 deelnemers -40% uit het Brugse, 60% van (ver) daarbuiten- aan de eigen ontwikkeling en vorming werkten. Waarom ze dat vrijwillig deden? Om een eigen weg in de wereld te vinden en zichzelf te verrijken tot een individu bij machte om zelfstandig eigen ‘mores’ en ‘manieren’ uit te tekenen.

In 1993 vierde Moritoen zijn 25ste werkingsjaar. Een kwarteeuw sociaal-cultureel werk in de noordelijke regio van West-Vlaanderen en meer bepaald in Brugge. In onderstaande bijdragen werd een begin gemaakt met de geschiedschrijving van Moritoen. Uit de bijdrage van erevoorzitter A. Mertens licht ik deze passus: 'Dachten sommigen in en rond Brugge aanvankelijk dat Moritoen een letterlievend groepje van ‘insiders’ wilde zijn, waarvan je lid kon worden, al spoedig bleek dat er géén ‘leden’ waren, maar ‘deelnemers’ aan aktiviteiten in een breed kultureel spectrum waaruit, hier en daar, al eens vriendenkringen groeiden met vertakkingen tot in Knokke, Blankenberge en Kortrijk toe'. Uit de tekst van voorzitter J. Blomme citeer ik de volgende paragraaf: 'Vernieuwing en verscheidenheid zijn inderdaad basiskenmerken van onze vormingsinstelling gebleven. Sfeer, inspiratie en aanpak veranderen vanzelfsprekend in de loop van een kwarteeuw. De wisselende geest waarin bij ons gedurende de voorbije 25 jaar werd gewerkt moge blijken uit het wisselend logo. (…) de gestileerde middeleeuwse M, (…) de stevige pijlers van het tweede logo (…) het nieuwe, vloeiende Moritoenlogo'. Tenslotte schrijf ik uit mijn eigen opstel over 25 jaar aandacht en inzet voor schrijvers en boeken deze regels over -ze gelden meer nog dan voorheen: 'Wie in het onderwijs de jeugd van de schone letteren afhoudt, berooft haar (en zichzelf) van een onuitputtelijke bron van aanstekelijk geluk en bezieling, troost en comfort. Wie ooit heeft leren lezen, moet blijven lezen. Iemand die op een dag zegt dat hij genoeg gelezen heeft, is een sukkel, want lezen, dat is zuurstof voor de geest, inzicht in de dingen, rijkdom voor de conversatie. Wie niet (meer) leest, wordt dom, arrogant, onverdraagzaam en bevooroordeeld'.

Per 1 september 1993 stapte Luk Kempynck als coördinator van Moritoen vrijwillig op. Na 14 jaren van intense en vruchtbare inzet ruilde hij zijn voltijdse job voor een deeltijdbaan als stafmedewerker, een verlangen dat al langer bij hem rijpte. In zijn plaats trad sociaalpedagoog Guido De Meulenaere (°1960) aan, die al een tijd in de sociaalculturele sector werkzaam was. Tezelfdertijd besloot Johan Maes zich volledig aan de palliatieve zorg te wijden en diende hij zijn ontslag als stafmedewerker in. In zijn plaats meldde zich toen Jan Timmerman, licentiaat filosofie, voorheen werkzaam bij het Davidsfonds in Brussel. En alsof dat niet volstond, was eind februari 1993 M.-Thérèse Page-Billiet met pensioen gegaan na 21 jaar uitstekend administratief werk voor Moritoen! Haar vervangster werd Gudrun Lemmens. Met zoveel nieuwe gezichten luidde voor Moritoen vanzelfsprekend een (korte) overgangstijd in. Omdat de vaste staf te weinig bemand was en ervaring miste, werd de geplande feestviering van 9 oktober 1993 afgelast. Met vereende krachten concentreerde men zich op het welslagen van het normale programmapakket.

Eind 1996 stond de teller van het aantal Moritoenprogramma’s, met aanwezigheden ook in Aalter, Knokke-Heist, Roeselare en Oostende, op 294! En de boer, hij ploegde voort … Intussen bleven Hugo De Cnodder, Mieke Verheyen, Robert Minnebo, Annie Vanhee, Damien Deceuninck, Catherine Dupres, Dina Mouton, Sandrine Weckx, Maria Clicteur en vele anderen even belangrijk als de genoemden zich voor Moritoen uitsloven. Zo brak allengs het jaar 1998 aan: Moritoen 30 jaar jong. Meer daarover in de volgende aflevering!

Luc Decorte, bestuurder Moritoen vzw



Nog enkele kiekjes uit Moritoens literaire archief: Jozef Deleu op 27 februari 1985 en W.F. Hermans op 27 februari 1986 te gast in het Sirkelteater (met het echtpaar Jan Schepens & Carmen Maerten en voorzitter Anthony Mertens).

Aflevering 4: 1998-2008

Waar waren wij met de geschiedenis van onze vormingsinstelling ook alweer gebleven? O ja, in het jaar 1998, toen een schaduw van schandalen de Belgische politiek domineerde: Agusta, Sémira Adamu en nog altijd Marc Dutroux. Servië legde de duimen voor de NAVO en in een chaotisch Indonesië stapte president Soeharto na een bewind van 32 jaar op. De VS kampten met een ernstig geloofwaardigheidsprobleem, genaamd Bill Clinton. Op 3 mei 1998 werd in Brussel vastgelegd welke landen deel zouden uitmaken van de EMU en vanaf 1 januari 1999 de euro zouden invoeren …

Hoe verging het Moritoen in die tijd? Vier afleveringen van ons driemaandelijkse berichtenblad lang, 28ste jaargang, prijkte op de cover het logo ’30 jaar Moritoen’. Kwaliteit, verscheidenheid en toegankelijkheid bleven het handelsmerk van de vele programma’s uitmaken.

In het bonte gezelschap van instellingen voor sociaal-cultureel werk voor volwassenen behield Moritoen op die manier zijn zeer herkenbaar profiel. Hoogtepunt van het verjaardagsfeest, dat voor de verandering een volledig jaar duurde (met voor de creatievelingen wedstrijden ‘kalligrafie’ en ‘fotografie’), was het feestweekend van vrij. 18 en za. 19 september: een academische zitting, een colloquium ‘Van zelfontplooiing tot spiritualiteit’ met vooraanstaande filosofen en psychologen: Herman De Dijn, Karel Ringoet, Lama Karta e.a., een concert van het Safri Duo (Deense slagwerkers) en een open dag, waar iedereen lijfelijk met de cursussen van Moritoen kennis kon maken. Het was de tijd van de Diogenes-gesprekken (met Jacques Claes, Paula D’Hondt-Vanopdenbosch, Jo Röpcke, Eric De Kuyper, Chris De Stoop e.a.) en, naar de eeuwwende toe, de zondagmatinees met lezingen en samenspraken (Ulrich Libbrecht, Ludo Milis, Rik Pinxten, Koen Raes e.a.) over astronomie en astrologie, hartstochten, emoties en sentimenten, rituelen én het heilige of verdoemde lichaam. De literaire verkenningen liepen op hun laatste sterke benen. Mieke Felix (cf. haar ‘portret’ in Moritoen, 2002, XXXII, 1, blz. 2 +5) trok, zeven eeuwen nadat de Katharen door de Inquisitie werden vervolgd en vermoord, naar Occitanië: Carcassonne, Montségur en Albi. Michel Dutrieue, een andere rots in de branding, belichtte in Brugge, Oostkamp, Roeselare en Wenduine weken lang Beethovens krachtige muziek. Dat deed ook muzikant en muziekdocent Robert Minnebo met Haendels ‘Messiah’ en Bachs ‘Matthäus Passion’. Ook Damien Deceuninck en Catherine Dupres sloofden zich als docenten kunstzinnige vorming telkens weer uit. Jaren achtereen liep de Schrijfacademie, 15 zaterdagen in een werkjaar, als een kleine trein met telkens een twintigtal cursisten die zich oefenden en bekwaamden in schrijfvaardigheid: poëzie, proza, journalistiek, essay en literaire analyse (met Frans Boenders, Jan Van der Hoeven, de betreurde Paul Vanderschaeghe, Pierre Darge, Luc Decorte, later met Luc Devoldere, Anna Luyten, Linda Musch, Frank Adam, Frank Bambust en Pascal Cornet). En al schreef Simon Carmiggelt: ‘Het aardige van schrijven is dat je het nooit leert’, in 2001 werd ’10 jaar schrijfacademie’ gevierd met een bundel waarin de beste gedichten van oud-schrijfacademici bijeengebracht werden!

Toen kwam het voorjaar 1999 naderbij: O Gott, das Leben ist doch schön! Op woe. 28 april betrok Moritoen officieel zijn nieuwe, eigen adres -in een formule van erfpacht-, het huidige pand, gelegen in het wisselend groen tussen Boeverie- en Lange Vest in. Maanden daaraan voorafgaand was het 19de-eeuwse landhuis, vlakbij de Smedenpoort, dat bij het kadaster gekend was als ‘het huis Retsin’*1 en door de Bruggelingen ‘het huis Leys’ werd genoemd (naar de voormalige directeur(s) van de Brugse plantsoendienst) geheel gerestaureerd. Sindsdien werd deze zesde Moritoen-werkplek waarlijk ‘een huis van vorming’, met een nuttige oppervlakte van 300 m2 (drie keer zoveel als in onze vorige, vertrouwde stek in de Eekhoutstraat), dat niet alleen aan secretariaat en staf meer ruimte biedt, maar waar terzelfder tijd vier creatieve en lichaamsgerichte (massage, fitness, yoga, tai chi, shiatsu, zenbeoefening enz. én zingen én -Afrikaans en sacraal- dansen!) vormingsprogramma’s in optimale omstandigheden, met moderne audiovisuele middelen, plaats kunnen vinden. Niet verwonderlijk dat de vader van het huis, Jacques Blomme (zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen) onder de titel ‘Het nieuwe Moritoenhuis, een huis van vertrouwen’ fier het volgende schreef: “De erfpacht loopt over een duur van 99 jaar. Wij zien in deze lange termijn een duidelijk bewijs van waardering vanwege het stadsbestuur voor ons gepresteerde werk. Bovendien blijkt er een vol vertrouwen uit in de toekomst van Moritoen. Zonder het vertrouwen van alle betrokken partijen zou voor Moritoen geen leven meer weggelegd zijn; vertrouwen van deelnemers en medewerkers, van beleidsverantwoordelijken en personeelsleden, van (subsidiërende) overheden, van de brede culturele gemeenschap.”

Op woensdag 28 april 1999 wandelden de vroede vaderen, de echte
regeerders, het nieuwe Moritoenhuis in. Toen ze het geheel binnen en
buiten bekeken en gekeurd hadden, gingen ze gerust en tevreden naar
huis.

Nog maar kort hing één hoog, in de groene zaal van het Moritoenhuis gekalligrafeerd dit gezegde van Ronald Giphart: ‘Nooit blijft iets zoals het geweest is. Niets bestaat om te blijven’, of het werd bewaarheid. In het januarinummer 2000 van ons tijdschrift werd afscheid genomen van de getalenteerde Luk Kempynck (°1937-†1999), die ons kort tevoren had geschreven dat hij ziek was en nauw twee maanden later overleed, de wortelstok geleidelijk losgewrikt. Vijftien jaar lang, van 1978 tot 1993, coördineerde hij, open, kritisch en behoedzaam, onze bloeiende organisatie. ‘O ongenadighe doot, bloetghierige beeste, ghy vernielet al dat leven heeft ontfaen’.

In Brugges glorierijke cultuurjaar 2002 organiseerde Moritoen, o.l.v. Jan Timmerman en tegen de achtergrond van de tentoonstelling ‘Besloten wereld, open boeken’, van 28 tot 30 oktober een driedaags colloquium ‘Na de beeldenstorm’. Filosofen, theologen, sociologen en psychoanalytici uit Vlaanderen en Nederland (o.m. Benoît Standaert, Raoul Bauer, Paul Mommaers, Jacques De Visscher) reflecteerden in de gloednieuwe kamermuziekzaal van het Concertgebouw, in aanwezigheid van gemiddeld 275 aandachtige deelnemers per dag, over de postmoderne situatie van de hedendaagse burger, die na de dood van God, pragmatisch is geworden en de ingrediënten voor zijn mensen wereldbeeld à la carte kiest. Cf. de sfeerreportage in Moritoen, 2003, XXXIII, 1, blz. 21-3.

Maar de kansen kunnen keren. Dan brak het jaar 2004 aan en weg waren, want het Ministerie van Cultuur draaide de Vlaamse subsidiekraan ten enenmale dicht: coördinator Guido De Meulenaere en stafleden Gudrun Lemmens, Annick Sibiet, Jan Timmerman, Barbara Vandenbussche en Rie Vanduren zochten andere oorden op… In hun plaats traden aan -met spaarzame riemen roeien we soms door dikke wolken-: coördinatrice Bénédicte De Rycke werd opgevolgd door Katrien Hennau en sinds janurari jl. nam Boudewijn Brabant het roer dan weer over; ze kregen assistentie van o.a. Ann Coorens, Kathleen Bertrem, Marleen Dierckx en Natacha Hoet. Toch, of juist daarom slaag-den we er (voorlopig) in de boot in open water te houden (al is vanaf 2005 ons operationeel resultaat bijna vanzelfsprekend negatief) en, in een voortdurende zoektocht naar vernieuwing inzake thema’s en docenten, seizoen na seizoen een sterk en kwalitatief hoogstaand aanbod van vele vormingsprogramma’s aan te bieden. In 2008 realiseerde het kleine Moritoen-team (uiteindelijk slechts 2,3 voltijdse betrekking groot) raar maar waar 2500 uren! In september 2006 onderging ons blad daarenboven een navolgbare metamorfose en sindsdien kijkt het fris en monter, vier keer per jaar op 6000 exemplaren, de toekomst tegemoet. Een toekomst, die in een moordend sociocultureel werkveld en met een onmogelijke concurrentie van gesubsidieerde organisaties qua prijszetting, moeilijk lijkt. Maar met het enthousiasme van zijn lesgevers, stafleden en raad van bestuur én de trouw van zijn cursisten wil vzw Moritoen zijn 40-jarige, zelfgekozen vormingsproject voor medioren en senioren in lengte van jaren bestendigen. Per ardua ad astra, dixit Cicero. Door strijd tot overwinning. 

Luc Decorte, bestuurder Moritoen vzw